| |
 |
 Zijn sociale netwerksites echt zo sociaal?
|
29 Juli 2011 | 16:14:19
 |
Wel eens een (gedwongen) gesprek moeten voeren met iemand die geen initiatief nam in het gesprek? Als je een vraag stelt krijg je een vaak kort antwoord en daarna punt. Er ontwikkelt zich geen gesprek. Zo iemand zou je niet sociaal sterk noemen, of wel?
Wat er momenteel gaande is in de wereld van de WWW heeft hier veel mee te maken. Sociale netwerksites zoals Hyves, Facebook, Twitter en andere zijn ongelofelijk populair. Iedereen heeft contact met iedereen, de aardbewoners zijn nog nooit zo verbonden geweest als deze dag.
Maar is dit echt zo sociaal als het klinkt? Nee. Het lijkt alleen maar sociaal. Moet je voor de grap eens (een korte periode) je profiel verwijderen of deactiveren. Ten eerste zal je merken wat een rust en tijd je opeens hebt. Ten tweede zal je merken dat niemand meer het initiatief neemt om met je te communiceren. Ja iedereen is dan net zo geworden als de persoon uit het begin van deze blog: sociaal niet sterk. Dit komt omdat deze sociale netwerksites het initiatief bij mensen wegneemt en in het systeem stopt.
Wat is er dan gebeurd met de goede oude mail, SMS, telefoon? Die zijn er nog, toch? Zeker wel! En het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze het initiatief laten daar waar het hoort: bij de gebruikers, bij ons! Ze stellen ons in staat om zélf sociaal te zijn zonder dat uit onze handen te rukken zoals de sociale netwerksites doen.
Pak dus zelf eens de telefoon of start je e-mailprogramma op zonder dat de app op je smartphone je er aan herinnert dat je nog 23 ongelezen berichten hebt van je 254 vrienden. Misschien vind je 255e vriend het ook wel eens leuk om een smsje of mailtje van je te ontvangen? |
|
|
 |
 |
 Ik Kan Echt Alles!
|
15 Juli 2011 | 14:51:15
 |
Ooit een kapstok gemaakt met sierlijke krullen van metaal? Of een nachtkastje mét een lade erin? Of misschien een massief houten tafel die zo zwaar is dat je hem amper kan verschuiven, laat staan tillen?
Ik dus wel. Ik kan echt alles! Wist je trouwens dat IKEA een afkorting is? |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 9 - Aline
|
09 Februari 2009 | 13:32:40
 |
“Boyd? Doe de deur open Boyd!”, hoor ik Carla roepen. “Ga weg!”, schreeuw ik snauwend terug. Ik lig op bed en weet met mijn emoties geen raad. Zo lig ik daar een kwartier terwijl er van alles door mijn hoofd spookt.
“Boyd? Boyd?”, hoor ik Aline vragen aan de andere kant van de deur, “Alsjeblieft, doe de deur open Boyd.” Ik besluit de deur open te doen, maar alleen om te zeggen dat ik haar niet meer hoef te zien. Ik open de deur, maar voordat ik iets kan zeggen drukt Aline haar lippen stevig op de mijne. Ik word helemaal overdonderd door deze plotselinge zoen en weet geen woord uit te brengen. Ze moet glimlachen door mijn reactie en zegt: “En ga nou niet beweren dat die niet echt was!”.
Ik kan er niets aan doen, ik houd gewoon te veel van haar. Ik omhels haar en voor een paar minuten blijven we zo staan. “Weet je nog, van die appel?”, vraagt ze. We moeten allebei erg lachen, terwijl onze ogen elkaar niet loslaten. “Dat was echt.”, zegt Aline, “En al die keren dat we samen hebben gelachen, die waren ook echt. Jij en ik, zijn echt. Wij zijn echt, Boyd!” Er komt een gevoel over mij dat lijkt op het gevoel van ‘thuis’, maar dan in de goede zin van het woord. Alleen dit gevoel heeft nog een extra dimensie. Ik denk dat men die dimensie ‘liefde’ noemt.
“Ik heb besloten ontslag te nemen.”, zegt Aline na een korte stilte, en kijkt me aan. “Ik kan hier niet meer werken, nu. Waarom kom je niet bij mij wonen, Boyd?” Ik weet niet hoe ik hier op moet reageren, en kijk opzij. Dan zie ik Carla in de deuropening staan. Ze heeft tranen in haar ogen, glimlacht en knikt met een blik in haar ogen die mij zegt dat het goed is. Vervolgens omhels ik Aline weer, deze keer steviger dan eerst, en ik ben voorlopig niet van plan om los te laten.
“Kom, laten we gaan”, zegt Aline, ”Er is zoveel dat ik je wil laten zien!” Ik vind het niet eens nodig om de spulletjes mee te nemen die ik bij me had toen ik hier kwam. Alleen de foto die Carla mij had gegeven steek ik in mijn broekzak. Want, zoals ze had gezegd, wil je verder in je leven dan is het verleden een niet te vermijden hoofdstuk. “Bedankt voor alles, Carla”, zeg ik terwijl ik haar omhels. “Graag gedaan”, antwoord Carla mij, “Ik heb er zelf ook veel van geleerd.”
Terwijl Aline en ik richting de lift lopen, zien we een jongen uit de lift komen. Ineens stopt hij en zegt tegen zichzelf “Weet jij waar we heen moeten? Ja, zou je denken? We kunnen altijd even kijken.” Aline en ik kijken elkaar aan, we hoeven niets te zeggen, we weten precies wat de ander denkt. “Kom”, zeg ik, “Laten we hier weg gaan.” |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 8 - Stefan
|
19 Augustus 2008 | 14:13:40
 |
Ik kan mij niet veel meer herinneren van die dag, behalve dat er heel veel mensen huilden. En de meesten waren in het zwart gekleed. Ik weet ook dat m’n moeder nergens was, en dat m’n vader nors keek toen ik schreeuwde om mama.
Achteraf is dat alleen maar logisch, die dag was de begrafenis van mijn moeder, maar dingen als goed en kwaad, en ook de dood – volgens sommigen een onderdeel van het leven, volgens mij het tegenovergestelde van leven – besef je op die leeftijd niet. Die dag bleek ook een keerpunt in mijn jeugd te zijn. Diezelfde dag nog moest ik van m’n vader de donkere kelder in. Ik heb gejankt tot ik niet meer kon. Op een gegeven moment kwam er weer licht onder de kelderdeur vandaan. Een nieuwe dag zo besefte ik. Ik weet nog goed de eerste keer dat de deur open ging.
Het felle licht verblinde mij, maar eindelijk kon ik weg uit deze donkere plaats. Bovenaan de trap zag ik in de deuropening iemand staan, waarvan het alleen maar logisch was dat het m’n vader was. “Papa!”, riep ik, terwijl ik de trap opkwam. Mijn vader zette een dienblad neer en sloot de deur weer. Een gevoel van hopeloosheid, machteloosheid en verdriet kwam over me. Op het dienblad lagen twee boterhammen en er stond wat te drinken.
Ik ging slapen wanneer er geen licht meer onder de kelderdeur naar binnen scheen, ik at wat mijn vader achterliet bovenaan de trap. Tien treden had de trap, niets was zekerder dan dat. Ik heb ze zo vaak geteld, niet alleen als ik de trap op ging om m’n eten te eten. Er was verder toch niets te doen. Ik weet niet hoe lang het heeft geduurd, maar op een dag toen ik wakker werd was er ineens een jongetje in de kelder.
“Zullen we spelen?”, hoorde ik iemand vragen. Ik schoot wakker. “Zullen we spelen?”, vroeg iemand me weer. Ik had niet gehoord dat er iemand binnengekomen was. “Wie ben jij?”, vroeg ik. “Ik ben Stefan…”, antwoordde de jongen, “Ik ben de locomotief, en jij moet achter mij aan, jij bent de trein.” Vanaf die dag was ik niet meer alleen in de kelder, Stefan was m’n vriend. |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 7 - Kamer zeven
|
29 Mei 2008 | 23:56:31
 |
“Uh, ik kleed me even om,
momentje.”, zegt Aline terwijl ze de deur weer sluit. Eventjes sta ik te
wachten in de stille donkere gang. Dan komt Aline, aangekleed haar kamer uit.
Zonder iets te zeggen lopen we naar de kantoorruimtes met de eigenaardige
computers. Computer zeven staat helemaal in een hoekje. Terwijl we wachten tot
de computer opstart, draait Aline zich naar mij. “Ik…”, ze kijkt even opzij, “Ik
mag je echt heel erg, Boyd.” We glimlachen naar elkaar, maar worden onderbroken
door het opstartgeluid van Windows. Aline moet even zoeken, maar vindt al snel
een lijst met filmbestanden. Kamer zeven. We mochten er niet naar binnen, maar
niemand heeft gezegd dat we er niet naar mogen kijken via camerabeelden.
De kamer is ongeveer even groot
als de andere kamers, met als enig verschil dat er maar één bureau met één
computer staat. Maar verder gebeurt er niets in de kamer. “Kunnen we niet
doorspoelen, of zo?”, vraag ik aan Aline. Na het hele bestand afgezocht te
hebben, openen we een andere. Nu is het wel raak, twee mensen komen binnen met
de rug naar de camera, en gaan bij de computer staan. De een is een vrouw, de
ander een man, aan het pak te zien is het Ronald. Het lijkt wel of ze bespreken
wat er op het scherm staat. Als ze uitgepraat zijn draaien ze zich om naar de
deur…
Ik ben met stomheid geslagen
wanneer ik zie wie de vrouw is. “Wat is er?”, vraagt Aline wanneer ze m’n
reactie ziet, “Ken je haar?”. “Ja, ik ken haar”, antwoord ik, “dat is Carla. De
maatschappelijke werkster die me al heel veel geholpen heeft, me ook aan dit
baantje geholpen heeft. Maar wat doet ze in kamer zeven? “ Ik moet deze schok
even verwerken en zit als vastgenageld op m’n stoel. “Wat nu?”, vraagt Aline
mij, “toch maar naar binnen?”. “Ik weet het niet hoor”, zeg ik. “Niemand hoeft
het te weten te komen...”, zegt ze. “Nou goed dan”, geef ik uiteindelijk toe.
Niet veel later staan we in de
grote lege kamer, bij het bureau. ‘com16’ staat op de computer, de computer die
we vanmiddag niet konden vinden. Als Aline een bestand opent zien we inderdaad
onze kamer. “Kijk daar zit ik, op de bank”, zeg ik terwijl ik wijs naar de
monitor. “Maar Stefan was daar ook toch bij?”, vraag ik mezelf hard op af. Huh?
Ook verderop in de filmpjes geen spoor van Stefan! Ineens wordt alles duidelijk.
Ik laat me vallen in een stoel achter mij terwijl de waarheid me raakt als een
klap in m'n gezicht. Nu snap ik waarom de meeste mensen Stefan negeerden, en waarom hij altijd wakker was als ik wakker werd en zijn bed dan altijd zo netjes opgemaakt is. Stefan is niets meer dan het product van mijn geest! “Boyd.”,
hoor ik een vertrouwde stem achter mij zeggen. Ik draai me om en zie Carla en
Ronald staan in de deuropening. “Carla!”, roep ik opgelucht. “Dus, alles was
nep? Om mij te laten inzien dat ik.. Dat Stefan niet echt is?” “Ja, Boyd”,
antwoord Carla. Ik draai me om naar Aline en kijk haar vragend aan. “Dus jij
zat ook in het plan?”. “Ja, dat klopt”, antwoord ze, “Maar…”. De tranen wellen
op in m’n ogen. “Er is niets meer over”, onderbreek ik haar, “Stefan is niet
echt, en jij bent niet veel echter!” Door emoties overmand ren ik de kamer uit,
weg van alles en iedereen... |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 6 - De bevrijding
|
19 Mei 2008 | 23:53:08
 |
“Nee, ik doe de deur niet open!”, hoorde ik mijn vader schreeuwen. “Als je de deur niet open doet, dan breken we hem open. Je hebt nog tien seconden!” Tien seconden later hoorde ik een harde knal en veel gestommel op de gang. “Waar is het kind?”, werd er tevergeefs aan m’n vader gevraagd. Bang kroop ik weg in een hoekje. Toen ging de deur open, een man scheen met een zaklamp van bovenaan de trap naar beneden. “We hebben hem gevonden, hij is in de kelder!”, riep hij toen hij mij zag. Hij kwam naar me toegelopen, uit angst begon ik te huilen en te schreeuwen. “Ik zal je geen pijn doen.”, zei de man, “Maar je moet met me meekomen.” Het was voor mij onbegonnen zaak om tegen de man in te gaan, dus ik ging met hem mee. In de gang zag ik twee mannen mijn woeste vader in bedwang houden. Ik stapte in een auto en we reden weg…
“Hallo, Boyd. Gaat het?”, vroeg de onbekende vrouw mij. Wat zouden ze van mij moeten? Al die onbekende mensen en dit onbekende gebouw, het was allemaal heel overweldigend voor mij. “Boyd?”, vroeg de vrouw nog eens, “Boyd heet je toch?” Langzaam knikte ik ja. “Wil je een snoepje, Boyd?” Ik sperde m’n ogen verder open, dat klonk interessant! Deze keer knikte ik met minder schroom en ook iets heftiger dan bij de vorige vraag. “Uh, mevrouw? Mag Stefan er ook één?”, vroeg ik de onbekende vrouw onzeker. De vrouw keek me even bedenkelijk aan. “Stefan?”, vroeg ze. “Ja, Stefan, mijn vriend.” Ik keek opzij naar Stefan, en de vrouw volgde mijn blik. “Uh, ja natuurlijk”, zei ze vlug en ze legde een snoepje voor Stefan op de tafel. “Hoe oud ben jij, Boyd?”, vroeg de vrouw mij. “Ik ben 9, mevrouw.”, zei ik.
Hierna vroeg ze allerlei dingen over m’n vader en over Stefan. Ik snapte niet waarom ze alles op moest schrijven. Vervolgens moest ik andere dingen doen, puzzeltjes oplossen en rekensommetjes maken. “Doe ik het wel goed?”, vroeg ik de vrouw. “Je doet het zeker goed, Boyd.”, zei de vrouw terwijl ze op de stopwatch keek en nog wat dingen opschreef. Na een aantal uur stopten we. “Vanavond slaap je… Vanavond slapen jullie niet thuis, Boyd.”, zei de vrouw. “Maar, waarom niet?“, vroeg ik, “Waarom ben ik hier?”. “Daar hebben we het een andere keer over, Boyd.“, zei ze, “Je moet weten dat ik het beste met je voor heb, wij allemaal… Ik zal jullie naar jullie kamer brengen.“
Even later liepen we een kamer binnen, het was een kleine kamer, warm en netjes. “Nou, snel naar bed!”, zei de mevrouw. Wat lag dat bed lekker zeg! En die kussens… Heerlijk! Thuis hadden we dat niet. “Ik hoop dat jullie een beetje kunnen slapen hier”, zei de vrouw. Bij de deur draaide ze zich nog om. “Boyd, ik bedenk me net dat je mijn naam nog niet weet, zou je die willen weten?”, vroeg ze. “Jawel”, antwoordde ik. “Mijn naam is Carla… Tot morgen.” |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 5 - Big brother
|
16 Mei 2008 | 23:26:13
 |
Vandaag moeten Aline en ik de verschillende kantoren schoonmaken, terwijl Stefan de lange hal aan het dweilen is. Ik moet nog vaak terugdenken aan onze eerste ontmoeting, het ‘appel-incident’. En hoe de caissière vervolgens verbaasd keek toen ik met die appel op de proppen kwam. Wat ben ik blij dat Aline hier ook bleek te werken! Zelf zegt ze ook dat ze blij is dat wij hier zijn komen werken. Zo’n vlotte schoonmaker als ik neemt volgens haar veel werk weg. Maar ik denk dat dat niet de enige reden is waarom ze blij is met mijn komst, haar ogen en lieve glimlach vertellen een ander verhaal.
Aline en ik stappen het volgende kantoor in, het is lunchtijd en de werknemers zijn weg. “Zou je deze stekker even in het stopcontact willen doen?”, vraagt ze terwijl ze naar een stopcontact achter een groot bureau wijst, “Ik kan er niet bij.” Ik leun helemaal over het bureau heen en kan er net bij. Wanneer ik terugleun zie ik dat de monitor van zijn screensaver afgesprongen is. “Hehe, moet je eens zien Aline.”, zeg ik. Een poosje lang kijken we naar het scherm. “Waarom zouden ze nou een opname maken van de schoonmaakkast?”, vraagt Aline zich hardop. “Geen idee”, antwoord ik. Aline loopt naar een andere computer en beweegt de muis. “Dat zijn de herentoiletten…”, constateer ik hardop. Maar Aline is nog scherper. “En kijk eens, ‘com9’, dat komt precies overeen met het kamernummer van het herentoilet!” “Je hebt gelijk”, antwoord ik, “en hier staat ‘com10’ voor de schoonmaakkast”.
“Oh, kijk! Hier is computer 19. Jij hebt kamer 19 toch? “, vraag ik Aline. “Ja, klopt, laat eens zien.” Ik kan het niet laten opzij te kijken wanneer ze een plukje van haar bruine haar voor haar gezicht wegstrijkt. Wanneer ze terugkijkt schrikken we allebei en nemen we afstand van de monitor. “Wat raar zeg, dat ze overal camera’s hebben zitten en alles filmen. Waarvoor zou dat zijn?”, vraag ik hardop. “Geen idee…”, antwoord Aline, “Maar laten we computer 16 zoeken, jullie kamer.” Nog een kwartier lang zoeken we naar computer 16, maar zonder resultaat.
Die nacht zit ik nog eens te overdenken wat voor mysterieuze dingen er allemaal gebeuren in dit gebouw, op deze verdieping. Alles wordt gefilmd, en dan ook nog in de gaten gehouden door de mensen die hier werken achter de computers. En dan heb je nog kamer zeven, waar we onder geen geding naar binnen mogen. Wacht eens even, kamer zeven! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb! Ik besluit om naar de kamer van Aline te lopen, zachtjes klop ik aan. Een slaperige Aline doet de deur open. “Ja? Wat is er? Het is midden in de nacht!”, zegt ze. “We zijn iets vergeten, vanmiddag...”, zeg ik, “Kamer zeven!”. |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 4 - De foto
|
07 Mei 2008 | 19:48:08
 |
“Nou, mij zal het benieuwen!”, zei ik, “Wat voor figuur zullen we nu weer krijgen?” Die middag kregen we voor de zoveelste keer een andere maatschappelijk werker. Wat wilden ze er nou eigenlijk mee beginnen? Niet dat wij een keus hadden, wilden we kost en inwoning behouden dan moesten wij deze belachelijke gesprekken voeren. En ze moesten ook altijd mij hebben, Stefan laten ze meestal met rust.
De deurbel ging, zonder zin sjokte ik naar de deur en deed die open. “Hallo Boyd.” Mijn mond viel open. “Carla!”, zei ik. Even stonden we daar beiden, zonder iets te zeggen. Ik kon me vergissen, maar volgens mij dachten we allebei terug aan wat er allemaal gebeurd was. “Het is fijn je te zien, Boyd.”, zei Carla, “Hoe is het met je?” “Het gaat wel”, antwoordde ik. “En met… Stefan?”, vroeg ze twijfelend. “Ja, ook goed hoor.” Er viel een korte stilte. “Dus…”, zei ik, “Nu gaan wij voorlopig praten?” “Ja”, zei Carla, “Maar we gaan ook aan de slag. Een beetje onder de mensen en zo… Dat zal je goed doen.” Ik stemde in, maar had verder niet veel keuze.
Na een poosje over koetjes en kalfjes gepraat te hebben, zei Carla “Ik heb iets voor je meegebracht”. Ze gaf me een foto van een vrouw. De vrouw kwam me enigszins bekend voor maar ik kon haar niet plaatsen. “Dat, Boyd…”, zei Carla toen ze de verwarring op m’n gezicht zag, “is je moeder.” Deze woorden sloegen in als een bom en vormden de tweede schok van da dag. Ik kon niet stoppen met het in me opnemen van de vrouw die me ooit gebaard had. “Ik weet dat het moeilijk voor je is, maar wil je verder in je leven, dan is het verleden een niet te vermijden hoofdstuk.” Ik staarde onverstoord naar de foto. “Boyd! Hoor je wel wat ik zeg?” Ik schrok op. “Uhh, jawel.”, stommelde ik. “We komen er wel uit, Boyd.”, zei Carla met een troostvolle glimlach op haar gezicht. Ze verliet de kamer, terwijl ik naar de foto bleef staren.
Mijn moeder overleed toen ik klein was. Wat was het fijn om haar nu bij me te hebben, al is het maar op een foto. Was ze maar wat langer gebleven, hoe zou dat alles veranderd hebben…
|
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 3 - De appel
|
29 April 2008 | 23:27:53
 |
“Gefeliciteerd, Boyd.”, zegt Ronald terwijl hij mij de hand schudt.
“Bedankt voor deze kans.”, antwoord ik hem. Ik kan het nog niet geloven, een
baan! Stefan en ik verlaten het gebouw en buiten staat Carla al te wachten.
“Gefeliciteerd, jongens! Ik ben heel blij voor je Boyd.”, zegt Carla. “Ja”, zeg
ik, “we moeten onze spullen maar gaan pakken want we blijven voorlopig hier
wonen. We krijgen een kamer, en mogen hier ook eten.” “Oké, dan gaan we
pakken!”, zegt Carla enthousiast. In de auto heerst een opgewekte stemming,
alleen Stefan weet niet of hij nou blij moet zijn of chagrijnig, immers, Carla
praat aan één stuk door. Nog even doorbijten, zie ik hem denken. Voorlopig
zullen we Carla niet zien, maar ze belooft dat ze ons elke woensdagochtend op
zal bellen.
Even later stappen we voor de tweede keer vandaag uit bij
het grote glazen gebouw, deze keer met volle koffers en voorlopig voor de
laatste keer. We nemen afscheid van Carla en lopen naar de grote draaideur. Voordat
ik naar binnen stap, draai ik me om. Even denk ik een traan over Carla’s
gezicht te zien lopen. Dan zwaait ze, ik zwaai terug en ga naar binnen.
De liftdeuren gaan open, we stappen een lange gang in.
Overal zitten mensen achter computers, aan het werk in hun kantoren. Ik heb een
sleutel gekregen van onze kamer, kamer zestien. Gevonden! We stappen de kamer
binnen, het is netjes maar eenvoudig ingericht. Stefan zegt: “Ik heb honger “.
Hij heeft gelijk, het is al tegen tweeën ondertussen. “Laten we de kantine eens
gaan checken!”, zeg ik enthousiast terwijl ik mijn doos met spullen op de bank
neerzet.
Wat een eten hier in de kantine, dat houd je niet voor
mogelijk! Terwijl ik langs al dat lekkers loop raakt mijn dienblad langzaam
maar zeker vol. Een soepje wat lekkere broodjes. Fruit, denk ik, ook erg
belangrijk. Terwijl ik reik naar een appel, botst mijn hand met die van een
vreemde vrouw. “Sorry!”, zeg ik geschrokken. “Neem jij hem maar", zegt de vrouw.
“Maar het is de laatste appel, neem jij hem maar.” De jonge vrouw pakt de appel
en neemt er een flinke hap uit. “Neem jij hem maar.”, zegt ze terwijl ze de
appel op mijn dienblad legt en wegloopt. Voor een halve minuut sta ik stil,
niet wetend wat te denken en starend naar de appel met een hap er uit. “Kom je?”,
vraagt Stefan mij. De rest van de dag krijg ik haar maar niet uit mijn hoofd.
Zou ze hier werken? Zou ik haar nog eens zien? |
|
|
 |
 Kamer zeven, aflevering 2 - Bezoek op woensdag
|
21 April 2008 | 23:31:11
 |
Woensdagen blijven voor mij intrigerende dagen, aangezien ze mij altijd blij én treurig maken. Die treurigheid komt over mij als ik Stefan's chagrijnige en verdrukte gezicht zie. Woensdag is namelijk de dag waarop Carla altijd langskomt, en Carla praat altijd zo veel, iets waar Stefan totaal niet van houdt. Niet dat ik dat erg vind, Stefan is altijd een erg goede vriend. Hij is er altijd voor mij en meestal weten we precies wat de ander denkt, dus veel gesproken hoeft er niet te worden. Op mij hebben Carla's bezoeken een andere uitwerking. Ze heeft een hele gemoedelijke stem en ze weet altijd een sfeer te creëren dat zich waarschijnlijk het beste laat omschrijven als 'thuis'. Ik weet dat niet zeker, aangezien ik me niet kan herinneren ooit een thuis gehad te hebben.
Het leek een woensdag als altijd te worden, de wekker ging om tien over acht. Het duurde niet lang of het was tegen half tien. Ik wacht op woensdag altijd bij de deur tot Carla aanbelt. Stefan ligt meestal op z'n bed te tellen hoeveel vingers hij heeft, iets wat niemand zo goed bezig kan houden als dat dat hem bezighoudt. Het geeft hem een veilig en zeker gevoel, niets in het leven lijkt zo zeker te zijn als dat je tien vingers hebt.
Toen de klok tien uur sloeg, en Carla er nog niet was, kwam Stefan overeind. "Is ze er nog niet?", vroeg hij. Zijn stem klonk lichtelijk opgelucht en verheugd. "Nou, Stefan!", zei ik geïrriteerd, "Waarom mag je Carla toch niet?" Stefan zweeg even en antwoordde toen "Ik denk.. Nee, ik voel het gewoon. Ze wil mij hier weg hebben." "Natuurlijk niet, joh! Hoe kom je daar nou bij?" zei ik. Ik zag Stefan beteuterd kijken, dus stelde hem gerust met de woorden "En als ze dat wil, dan zou haar dat nooit lukken. Jij bent de enige die ik heb, die mij geholpen heeft al die jaren dat we.."
Ik werd onderbroken door het geluid van de deurbel. Stefan liet zich weer achterover vallen op zijn bed terwijl ik de deur open deed. “Sorry dat ik zo laat ben”, zei Carla. “Dat is niet erg, hoor!”, zei ik, “Kom verder.” Carla had goed nieuws voor Stefan en mij. “De reden dat ik wat later ben”, zei Carla, “is dat ik nog in gesprek was met een bedrijf. Een bedrijf dat werk heeft voor jullie. Is dat niet geweldig, Boyd?” “Wauw, ja super!”, antwoordde ik. “Overmorgen moeten jullie naar een sollicitatiegesprek, zal ik jullie dan ophalen?”, vroeg Carla. “Ja, dat is goed, wat super!”
Hierna gingen de dagen snel voorbij. Vrijdag kwam Carla zoals beloofd ons ophalen voor het sollicitatiegesprek. We stapten uit voor een groot glazen gebouw. “Gaan we hier werken?”, vroeg ik. “Als het bedrijf jullie wil aannemen, dan wel ja. Zet hem op hè, jongens! En onthoud goed: lees altijd zorgvuldig het contract door voordat je het ondertekent.” |
|
|
|
|
|